Fotograferen met een geweldige camera en een toplens, maar toch nog last van onscherpe foto’s… Je bent echt niet de enige, want er zijn nogal wat oorzaken te bedenken die kunnen leiden tot onscherpe foto’s. Ik vertelde er al over in deel 1 en in deel 2 van dit blog.

Sommige oorzaken liggen erg voor de hand, andere zijn weetjes en handigheidjes. Het hele rijtje bestaat uit:

  1. Geen schone lens
  2. Lage kwaliteit filter of teleconverter
  3. Gewijzigde beeldinstellingen
  4. Bewegingsonscherpte
  5. Hoge ISO
  6. Uiterste diafragma waarden
  7. Uiterste brandpuntsafstand
  8. Beeldveldwelving
  9. Autofocus mode
  10. Teveel scherpstelpunten
  11. Scherptediepte op de verkeerde plek
  12. Beeldstabilisatie bij gebruik van statief
  13. Scherpstellen op te weinig helderheid en contrast
  14. Front- of backfocus
  15. Calibratie / reparatie nodig

In dit 3e deel, de laatste 5 oorzaken van onscherpe foto’s.

 

11.  Scherptediepte op de verkeerde plek

De scherptediepte is het deel van voor naar achter (in de diepte) dat scherp is in een foto. De totale scherptediepte kan
oneindig zijn (alles in de foto is scherp), maar ook slechts 1mm. Met een kleine scherptediepte kun je een mooie onscherpte (bokeh) creëren, voor- of achter het punt waarop je hebt scherp gesteld. Dit zie je vaak terug bij details, macro, dieren, of portretten.

Wat bepaalt de totale scherptediepte?

De totale scherptediepte kun je op veel verschillende manieren beïnvloeden. Een kleinere scherptediepte krijg je door:

  • Een groter diafragma
  • Een langer brandpuntsafstand (telelens)
  • Een kortere scherpstelafstand
  • Een grotere sensor (vanwege de grotere beeldhoek is een kortere scherpstelafstand nodig)

Hoe kleiner de scherptediepte, hoe nauwkeuriger de autofocus moet werken om onscherpe foto’ te voorkomen.

Waar gaat het vaak mis?

We gaan er even vanuit dat alle apparatuur goed functioneert. In veel gevallen is de manier van scherpstellen de boosdoener, zoals is uitgelegd in het vorige deel:

  • Verkeerde Autofocus mode (gekozen door camera)
  • Verkeerde scherpstelpunt in de zoeker (gekozen door camera)
  • Minder nauwkeurig scherpstelpunt gebruikt (geen kruissensor)

Wanneer alle instellingen goed staan en niet te maken hebt met een snel bewegend onderwerp, dan zul je weinig last hebben van onscherpe foto’s bij het fotograferen van wild leven en portretten, ook niet met een kleine scherptediepte.

De ideale scherpstelafstand

Nu alle instellingen goed staan is er nog 1 belangrijk aandachtspunt… de juiste scherpstelafstand. Dit is vooral belangrijk bij het fotograferen van landschappen of architectuur, omdat dit soort foto’s vaak goed in de smaak vallen wanneer deze van voor naar achteren helemaal scherp zijn.

Om dit makkelijker realiseren kun je fotograferen met een grote scherptediepte, bijvoorbeeld met een groothoeklens en een diafragma van f/11. Daarna is het belangrijk om de ideale scherpstelafstand te bepalen, zodat je efficiënt kunt omgaan met de totale scherptediepte.

Vuistregel totale scherptediepte

De totale scherptediepte ligt altijd voor EN achter de gekozen scherpstelafstand. Probeer daarom bij dit soort foto’s de gewenste scherptediepte voor te stellen en er tussenin een punt te kiezen om op scherp te stellen. Om de praktijk eenvoudig te houden kun je gebruik maken van een handige vuistregel die mij vaak heeft geholpen:

De totale scherptediepte loopt vanaf 1/3e voor het punt waarop is scherp gesteld tot 2/3e erachter.

Dit is natuurlijk maar een vuistregel en zal daarom in veel situaties afwijken. Zo is het vrij gemakkelijk om alles scherp te krijgen met een normale groothoeklens (18mm op APS-C en 24mm op Full-Frame) en een diafragma tussen f8 – f11. Scherpstellen op zo’n 2 á 3 meter afstand zorgt er al voor dat vrijwel alles in het beeld acceptabel scherp is. Met een telelens wordt de scherptediepte een stuk kleiner, dus zal je bewuster een scherpstelafstand moeten kiezen.

blog-15-oorzaken-onscherpe-fotos-scherptediepte-op-verkeerde-plek-01

De gekozen scherpstelafstand ligt te ver op de achtergrond om ook de voorgrond scherp af te beelden.

Scherptediepte preview en focus peaking

Een uitgebreidere spiegelreflexcamera heeft een knop waarmee je vooraf de totale scherptediepte kunt zien in de zoeker. Via Live-View zie je altijd de werkelijke scherptediepte. Veel systeemcamera’s hebben een handige optie “focus peaking”, waarmee de totale scherptediepte wordt weergegeven d.m.v. gekleurde of witte randen op contrastvolle randen in een beeld.

De hyperfocale afstand

De hyperfocale afstand wordt veel gebruikt bij landschapsfotografie om de totale scherptediepte maximaal te benutten. De theorie hierover gaat vrij diep en er zijn verschillende definities te vinden. Dit is die van mij:

De hyperfocale afstand is de scherpstelafstand, waarbij grootst haalbare scherptediepte mogelijk is bij een bepaald diafragma, brandpuntsafstand en camera sensor. Dit is de dichtstbijzijnde scherpstelafstand, waarbij alles op de achtergrond acceptabel scherp wordt afgebeeld.

Er zijn verschillende gratis apps voor je smartphone te vinden waarmee je de hyperfocale afstand kunt berekenen. Vaak kun je deze ook gebruiken om per scherpstelafstand de totale scherptediepte uit te rekenen. Controle blijft belangrijk, want kleine afwijkingen verplichten je om alert te blijven.

Photographer’s Tools is zo’n handige uitgebreide app kun je ook nog eens kunt gebruiken voor het berekenen van lange sluitertijden (bij gebruik van ND filters), of het opzoeken van tijden m.b.t. op- en ondergang van de zon, maan en gouden/blauwe uurtjes. Photographer’s Tools is gratis te downloaden voor IOS, of voor Android.

12. Beeldstabilisatie aan bij lange sluitertijden

Beeldstabilisatie is een geweldig hulpmiddel tegen bewegingsonscherpte wanneer je werkt met langere sluitertijden. Meestal is beeldstabilisatie onderdeel van een objectief, maar soms ook van de camera body. Om de kleine trillingen door het vasthouden van een camera op te heffen, VEROORZAAKT beeldstabilisatie juist een trilling. Bij lange sluitertijden kan dit handige hulpmiddel daarom juist de oorzaak van onscherpe foto’s.

Op een statief: beeldstabilisatie uit!

Beeldstabilisatie wordt tijdelijk geactiveerd (meestal zo’n 2 seconden) en dat is vaak goed te horen. Bij het in- en uitschakelen van beeldstabilisatie, ontstaat er een kleine verschuiving van het beeld. Bij langere sluitertijden kan deze verschuiving onscherpe foto’s veroorzaken. Probeer er dus een routine van te maken om de beeldstabilisatie uit te zetten wanneer je gebruik maakt van een statief.

De afbeelding hieronder is gemaakt vanaf statief. Ik heb hier de bracketing functie gebruikt, waarbij de camera 3 foto’s achter elkaar maakt met een verschillende belichting. In dit geval schakelde de beeldstabilisatie uit vlak na het maken van de 1e foto, waardoor je duidelijk de verschuiving van het beeld ziet in de 2e foto.

Plaats de muis op de foto om de verschuiving van de 2e foto door beeldstabilisatie te zien

13. Scherpstellen op te weinig helderheid en contrast

Om nauwkeurig te kunnen scherpstellen op een onderwerp, is er contrast nodig. Als het te donker is, dan is er te weinig contrast aanwezig en lukt het vaak niet meer om scherp te stellen.

Ook op effen delen, zoals een witte muur of een blauwe lucht, zal scherpstellen niet mogelijk zijn. Let hier dus goed op wanneer je gebruikt maakt van een enkel focuspunt! Naast problemen met helderheid en contrast zijn er nog een aantal andere situaties waardoor het autofocus systeem in de war kan raken:

  • Geen duidelijke scheiding tussen voor- en achtergrond
  • Gelijkmatige of herhaalde patronen, zoals een rooster of lamellen
  • Teveel details in het beeld, zoals een bloemenveld
  • Gebruik van te donkere grijs (ND) filters

Je merkt snel genoeg wanneer de camera moeite heeft om scherp te stellen. Het Autofocus systeem gaat dan heen- en weer en begint soms te trillen. Afhankelijk van de gebruikte AF mode, zullen de meeste camera’s standaard hierop reageren:

  • AF-S (ONE-SHOT); Wanneer het beeld niet scherp is, zal het niet mogelijk zijn om een foto te maken
  • AF-C (AI-SERVO); Een foto maken lukt altijd, ook wanneer deze onscherp is

Dit zijn vaak standaard instellingen, omdat je in eerste instantie niet wilt dat de camera een foto maakt wanneer deze niet scherp is. In de continu AF mode volg je een onderwerp en maak je vaak meerdere foto’s achter elkaar van een actie moment. In deze mode wil je niet dat de camera blokkeert wanneer het beeld even niet scherp is, omdat de kans groot is dat een volgende foto wel scherp is. Eventueel kun je deze instellingen op luxere camera’s aanpassen.

14. Front- of backfocus

Front- of backfocus houdt in dat het beeld na het scherpstellen, altijd scherp is voor- of achter het punt waarop daadwerkelijk is scherp gesteld. Dit kan voorkomen bij camera’s, objectieven, of een combinatie hiervan.

Snel de Autofocus testen

Wanneer je vermoedt dat er een afwijking zit in de autofocus, dan kun je dit testen door het scherpstellen via de zoeker te vergelijken met het scherpstellen via de Live-View. Fotografeer een onderwerp met voldoende contrast op niet al te grote afstand in een heldere omgeving. Doe dit bij voorkeur vanaf statief en gebruik de volgende instellingen:

  • AF-Mode voor een niet bewegend onderwerp (AF-S/ONE-SHOT)
  • Middelste scherpstelpunt
  • Groot diafragma
  • Snelle sluitertijd (minimaal 1/100, maar 1/500 of sneller bij flinke telelenzen)

In de Live-View kun je inzoomen om nauwkeurig scherp te stellen het middelste deel van het beeld. Dit is wat trager, maar uiterst nauwkeurig en zou een scherpe foto moeten opleveren. Wanneer scherpstellen via de zoeker achter elkaar onscherpe foto’s oplevert, dan zit er een afwijking in de Autofocus.

Autofocus Fijnafstelling

Omdat afwijkingen regelmatig voorkomen, hebben luxere camera’s de mogelijkheid om in het menu kleine afwijking te corrigeren. Vaak word deze optie AF Fijnafstelling (AF Fine-Tune) genoemd. Hiermee kun je voor verschillende objectieven kleine afwijkingen zelf corrigeren voor een nauwkeuriger resultaat. Deze correctie kun je voor verschillende objectieven opslaan in het menu van de camera.

Het beste kun je dit doen door de camera onder een hoek van 45° te richten op een soort liniaal. Daarbij is het wel belangrijk dat je goed kunt scherpstellen op een middelpunt. Je kunt hiervoor handige accessoires kopen, zoals de Spyder Lenscal. Zelf vond ik het vrij prijzig voor een stukje plastic, dus heb ik zelf iets in elkaar geknutseld. Wellicht niet even nauwkeurig, maar goed genoeg om kleine afwijkingen mee te controleren en corrigeren.

blog-15-oorzaken-onscherpe-fotos-af-finetune-03

Opstelling voor een groothoeklens

De afstand hangt natuurlijk af van het type lens. Gebruik voor deze test de brandpuntsafstand waar je in de praktijk het meest gebruik van maakt. Op het moment dat je op de liniaal een kleine scherptediepte opvalt zit je goed. Gebruik daarom een groot diafragma voor deze test, zodat je een afwijking duidelijk kunt herkennen.

Deze afstand was prima om te controleren op front- of backfocus

 

Wanneer je een afwijking opmerkt, dan kun je de fijnafstelling aanpassen tot de foto scherp is in het midden. Nogmaals, dit geldt alleen voor afwijkingen bij het scherpstellen via de zoeker!

15. Calibratie / reparatie nodig

Helaas kan het zo zijn dat de fijnafstelling in het menu niet genoeg is. Zelfs op de uiterste instellingen blijf je last houden van een front- of backfocus. In dat geval is er een aanpassing nodig in de camera body, of in de lens zelf. Dit kun je helaas niet zelf uitvoeren.

Sigma USB-Dock

Onlangs heeft Sigma een USB-dock uitgebracht. Hiermee kun je zelf met de bijbehorende SIGMA Optimization Pro software via de computer objectieven op verschillende manieren configureren:

  • Afstellen autofocus op 16 punten (4 brandpuntsafstanden en 4 scherpstelafstanden)
  • Aanpassen autofocus snelheid
  • Aanpassen autofocus bereik
  • Aanpassen modi voor beeldstabilisatie
  • Uitvoeren van firmware updates

De USB-dock werkt alleen in combinatie met de nieuwere Art, Sports en Contemporary objectieven en biedt dus veel meer mogelijkheden om de autofocus nauwkeuriger af te stellen dan de fijnafstelling in de menu’s van huidige camera’s. De kans is dus groot dat de andere fabrikanten zullen volgen… lang leven de techniek!!

Dit is zeer interessant voor fotografen die regelmatig fotograferen met een zeer kleine scherptediepte en hun objectief willen optimaliseren voor de maximale (autofocus) prestaties. Het werken met de software zal voor velen niet heel lastig zijn, maar het vinden van afwijkingen en de juiste afstelling zal meer tijd in beslag nemen waardoor dit minder geschikt zal zijn voor beginnende fotografen.

Garantie, of eigen schuld?

Binnen de wettelijke garantie van 2 jaar (alleen op Nederlandse modellen!) zijn fabrikanten van camera’s en objectieven verplicht om te grote afwijkingen in nauwkeurigheid van de autofocus te herstellen. Valt deze buiten de garantie, of is er aantoonbare val- of stootschade, dan zullen er kosten in rekening gebracht worden.

Gelukkig kwam ik er pas na de vorige 14 oorzaken achter dat dit het probleem was waarom ik in eerste instantie teleurgesteld was in mijn eerste spiegelreflexcamera. Waarom gelukkig???… omdat ik mij hierdoor volledig heb verdiept in de mogelijke oorzaken, met als resultaat… geen last meer van onscherpe foto’s!

Samenvatting

Mijn eerste blog is uitgebreider geworden dan de bedoeling was, maar ik heb dit onderwerp bewust gekozen om mee te beginnen, omdat ik tijdens mijn workshops en wandelingen vaak cursisten meemaak die hiermee worstelen. Wellicht ben je nog niet zo bekend met alle termen en mogelijkheden, maar ik had natuurlijk ook niet alles direct onder de knie. Ik raad je  aan om regelmatig te oefenen (al is het maar 10 minuten) en proberen om gemaakte fouten te herkennen.

Ik ben benieuwd naar praktijkervaringen, dus aarzel niet om een berichtje achter te laten wanneer je vragen hebt, opmerkingen, of natuurlijk een aanvulling of verbetering:)

Share This

Share this on Facebook

Share this post with your friends!