Kom jij ook wel eens thuis met onscherpe foto’s? Wat een tegenvaller, ik voel je pijn en weet hoe frustrerend dit kan zijn! Je hebt geïnvesteerd in mooie (en dure) apparatuur, maar de oude compact camera of je huidige smartphone lijken soms veel scherpere foto’s te maken! Herken je dit? Lees dan snel verder…

 

Alle begin is moeilijk

True story, het is mij ook overkomen. Voordat ik een grote reis ging maken naar Thailand, een aantal jaren geleden, wilde ik helemaal voorbereid aankomen om dit prachtige land goed vast te leggen. Op advies van de verkoper schafte ik een Nikon D7000 aan, met de allernieuwste snufjes, als beste getest. Maar op de plaats van bestemming aangekomen viel dit behoorlijk tegen!

Ik vond de kleuren en het contrast tegenvallen, was lang bezig met het vinden van de juiste belichting, maar ik stoorde me vooral aan de hoeveelheid onscherpe foto’s. Als ik de foto’s op de laptop opende werd ik keer op keer teleurgesteld. Ik had me toch goed voorbereid door me goed in te lezen, te laten adviseren en zelfs een privé snelcursus te volgen?

Teruggekomen uit Azië stortte ik me meteen, enigszins geïrriteerd, op de mogelijke oorzaken van onscherpe foto’s. Ik kon niet geloven dat dit het maximale was dat ik uit deze camera kon halen en ik moest en zou erachter komen waar het probleem zat, whatever it takes!!

Basisbegrippen en een fabricagefout

De opvolgende maanden heb ik mij enorm verdiept in de mogelijke oorzaken van de onscherpe foto’s waar ik mee thuis was gekomen. Natuurlijk zaten er een aantal prachtige gelukstreffers bij, maar ik kreeg mijn vinger er niet opgelegd. Ik heb mezelf in die periode vaak afgevraagd of fotograferen wel voor mij was weggelegd en of ik er wel mee door wilde gaan, want aan de hoeveelheid beschikbare informatie leek geen einde te komen!

Ik zette door en bleef de basisbegrippen en hun functies bestuderen. Nadat ik al mijn beginners fouten onder controle had, bleek dat de eerste batches van de D7000 een probleem hadden met scherpstellen (front focus). De afwijking was zo groot dat dit onder garantie aangepast kon worden en ik kon mijn camera gewoon bij het repair centrum brengen. Eindelijk kon ik mij gaan richten op de volgende uitdagingen!

Maak niet mijn beginnersfouten

Om jou niet nachtenlang achter de computer te laten zoeken, heb ik de 15 meest voorkomende oorzaken van onscherpe foto’s voor je op een rijtje gezet. Houd vooral mijn website in de gaten voor updates!

De 15 meest voorkomende oorzaken van onscherpe foto’s:

  1. Geen schone lens
  2. Lage kwaliteit filter of teleconverter
  3. Gewijzigde beeldinstellingen
  4. Bewegingsonscherpte
  5. Hoge ISO
  6. Uiterste diafragma waarden
  7. Uiterste brandpuntsafstand
  8. Beeldveldwelving
  9. Autofocus mode
  10. Teveel scherpstelpunten
  11. Scherptediepte op de verkeerde plek
  12. Beeldstabilisatie bij gebruik van statief
  13. Scherpstellen op te weinig helderheid en contrast
  14. Front- of backfocus
  15. Calibratie / reparatie nodig

In dit blog behandel ik de eerste 5 punten, de andere punten behandel ik in de volgende blogs.

1. Geen schone lens

De eerste oorzaak is misschien erg voor de hand liggend, maar toch zie ik regelmatig dat er niet met een schone lens gefotografeerd wordt. Naast een vergrote kans op onscherpe foto’s kunnen stofjes, vlekken of condens zorgen voor minder mooie foto’s, extra flare en het overstralen (blooming) van licht.

Schoonmaken van de lens

Meestal is het gebruik van een goede lensdoek al voldoende. Wanneer je merkt dat je vlekken aan het uitsmeren bent, dan kun je beter gebruik maken van speciale vloeistof. Dit kost slechts 10 euro, dus dat is goed te doen voor wat extra kwaliteit. Let er wel op dat je de vloeistof niet direct op de lens spuit. Het is beter om dit eerst aan te brengen op een lensdoek en daarmee de lens schoon te vegen. Er bestaan vochtige doekjes die per stuk verpakt zijn, erg handig voor onderweg dus!

Het kost niet veel, neemt weinig ruimte in beslag, maar verbeterd de kwaliteit van je foto’s… Regelmatig controleren dus!

2. Lage kwaliteit filter of teleconverter

Filters worden voornamelijk gebruikt voor bescherming van de lens, het beïnvloeden van kleuren en/of contrast, het verhogen van dynamisch bereik of het verlengen van de sluitertijd. Met een teleconverter (extender) kun je de brandpuntsafstand van een lens vergroten. Dit vergroot het zoombereik waardoor je meer kunt inzoomen.

Door de filters het bos niet meer zien

Filters zijn er in verschillende soorten en maten. Beschermfilters (vaak UV), polarisatie filters, grijs (verloop) filters, kleuren en effecten filters, etc… Een filter is uiteindelijk een extra stuk glas, of plastic, waar een bepaalde afwijking in kan zitten. Deze afwijking kan de oorzaak zijn van onscherpe foto’s. Dit zie je vooral terug bij zeer goedkope polarisatie filters en variabele grijsfilters. Je kunt dit natuurlijk voor lief nemen wanneer je deze filter af en toe wilt gebruiken om mee te experimenteren.

Beeldfouten vergroten

Dit alles geldt ook voor teleconverters. Om de brandpuntsafstand te vergroten is er extra glas nodig. Met het vergroten van de brandpuntsafstand worden ook de beeldfouten vergroot, waardoor o.a. de scherpte kan afnemen. Teleconverters zijn verkrijgbaar met een vergrotingsfactor van 1.4x, 1.7x, of 2x. Hoe groter de vergrotingsfactor, hoe groter de kans op onscherpe foto’s.

Oudere en goedkope teleconverters zijn soms het geld niet waard, omdat naast de kwaliteitsvermindering ook de snelheid en nauwkeurigheid van de autofocus zal afnemen. Een teleconverter wordt tenslotte vaak gebruikt voor het fotograferen van wilde dieren… en als je ergens een goede autofocus voor wilt hebben…

3. Gewijzigde beeldinstellingen

Wanneer je geen zin hebt om je foto’s op de computer na te bewerken, dan kun je toch invloed hebben op het eindresultaat door gebruik te maken van verschillende beeldinstellingen. In het menu van de camera kun je vaak verschillende profielen kiezen, waarin je verschillende beeldinstellingen kunt aanpassen. Deze instellingen hebben invloed op kleur, contrast, helderheid, maar ook de scherpte. Fabrikanten gebruiken soms hun eigen termen, zoals “Picture Control” bij de camera’s van Nikon.

Waar moet je op letten bij beeldinstellingen?

Wanneer je fotografeert in JPG, dan wordt het JPG bestand opgeslagen met de gebruikte beeldinstellingen. Bij een JPG bestand kun je deze instellingen achteraf niet meer wijzigen. Door te fotograferen met andere beeldinstellingen kunnen foto’s veel beter in de smaak vallen, dus het is zeker de moeite waard je hierin te verdiepen wanneer je geen zin hebt om je foto’s op de computer na te bewerken.

Wanneer je fotografeert in RAW, dan kun je alle beeldinstellingen achteraf en zonder kwaliteitsverlies aanpassen. Dit geeft je meer controle over het eindresultaat. Bij het terugkijken van gemaakte RAW foto’s op de camera, zie je altijd het resultaat van de gebruikte instellingen. Hetzelfde resultaat zie je ook wanneer je het RAW bestand opent in de software (RAW converter) van de fabrikant. Dit zie je niet in een RAW converter van derden, zoals Adobe Lightroom.

Verscherpen

Verscherpen wordt bijna altijd toegepast om een haarscherp resultaat te krijgen. Camera’s gebruiken daarom standaard een beeldinstelling waarbij een foto al iets wordt verscherpt. Het kan gebeuren dat je bij experimenteren met de beeldinstellingen het verscherpen hebt uitgezet. De scherpte in de foto kan daardoor wat tegenvallen, terwijl de foto toch haarscherp is na een kleine aanpassing in de nabewerking.

Nabewerken in Lightroom en Photoshop

Software van derden, zoals Lightroom en Photoshop van Adobe, zijn vanwege de uitgebreide mogelijkheden en gebruiksvriendelijkheid populaire programma’s voor nabewerking. Een nadeel van deze programma’s, is dat ze niet kunnen omgaan met de gebruikte beeldinstellingen van de camera.

Een geopend RAW bestand ziet er daarom in Lightroom wat saaier (onbewerkt) uit dan de voorbeeldweergave van de camera. Dit geldt voor alle programma’s die niet ontwikkeld zijn door de fabrikant van de camera.

Voor JPG bestanden is het een ander verhaal. Deze zien er wel uit als de voorbeeldweergaven van de camera, omdat JPG bestanden al door de camera zijn bewerkt, opgeslagen en afgesloten met de gekozen beeldinstellingen.

4. Bewegingsonscherpte

Bewegingsonscherpte ontstaat doordat de sluitertijd te lang is om een scherpe afbeelding te maken. Dit kan gebeuren wanneer de camera beweegt (zoals trillingen door het vasthouden van de camera), of bij het fotograferen van een bewegend onderwerp. 

Diafragmavoorkeuze

Vaak komt bewegingsonscherpte voor wanneer je fotografeert met diafragmavoorkeuze. In deze stand kies je zelf een diafragma en de camera zal de sluitertijd instellen die nodig is voor een optimale belichting (afhankelijk van de gebruikte methode voor lichtmeting). Een nadeel hiervan is dat de camera geen rekening zal houden met de sluitertijd die nodig is om bewegingsonscherpte tegen te gaan.

Bewegingsonscherpte door het vasthouden van de camera

De sluitertijd die nodig is om bewegingsonscherpte tegen te gaan door het vasthouden van de camera verschilt per persoon, maar is ook afhankelijk van de brandpuntsafstand. Wanneer je inzoomt met een lens, dan vergroot je de brandpuntsafstand. Trillingen door het vasthouden van de camera worden daardoor duidelijker merkbaar. Bij een groter brandpuntsafstand zal je daarom een snellere sluitertijd moeten gebruiken om uit de hand scherpe foto’s te kunnen maken.

Beeldstabilisatie

Beeldstabilisatie kan deze trillingen voor een groot deel opheffen, waardoor je met de meeste telelenzen uit de hand kunt fotograferen met een sluitertijd van 1/100, 1/60, of soms zelfs nóg langer!

Met de meeste lenzen, groothoek of tele, zul je bij sluitertijden langer dan 1/60 of 1/30 voorzichtiger moeten zijn wanneer je uit de hand fotografeert. Gelukkig kun je jezelf hierin verbeteren, door te oefenen m.b.v. een aantal richtlijnen voor het vasthouden van een camera.

Auto-ISO

Het continu in de gaten houden van de sluitertijd kan een behoorlijke last zijn. Gelukkig kun je met veel camera’s een automatische ISO instellen. Auto-ISO kun je op verschillende manieren gebruiken en zal de ISO verhogen wanneer dat nodig is. De camera zal dan rekening houden met een minimale sluitertijd.

Dan maar een statief…

Fotografeer je regelmatig met lange sluitertijden, dan is het aan te raden om gebruik te maken van een goed statief (hoe vervelend dit ook klinkt als je hier nog niet aan gewend bent). Naast het tegengaan van onscherpe foto’s biedt een statief enorm veel nieuwe creatieve mogelijkheden, waarbij bewegingsonscherpte soms juist een voordeel is, zoals bij een waterval.

Zelf heb ik tijdens fotograferen voor zeker 80% te maken met lange sluitertijden, omdat ik vaak fotografeer in een omgeving waar te weinig licht aanwezig is, zoals tijdens de gouden en blauwe uurtjes. Zonder statief kan ik niet de foto’s maken die ik wil maken. Voor mij is een statief dus net zo belangrijk geworden als het gebruik van een lens:)

Alles went wanneer je de voordelen kent…

Bewegingsonscherpte bij het fotograferen van een bewegend onderwerp

Ondanks dat je uit de hand kunt fotograferen met langere sluitertijden moet je wel rekening blijven houden bij het fotograferen van bewegende onderwerpen. Voor vliegende vogels heb je al snel een sluitertijd van 1/1000, 1/2000 of zelfs nóg sneller nodig om deze beweging te kunnen bevriezen, zeker bij deze kolibrie in Costa Rica.

Nikon D600 + Nikon 105mm Macro @ 105mm, f/4.5, 1/400, ISO1600

 

Bij de bovenstaande afbeelding was een sluitertijd van 1/400 snel genoeg om de kolibrie haarscherp vast te leggen, maar door de snelle vleugelslag is deze sluitertijd nog veel te lang om de vleugels scherp af te beelden. Zelfs zo lang, dat de vleugels bijna niet zichtbaar zijn.

Inflitsen

Een andere mogelijkheid is gebruik te maken van een flitser. Een zeer korte flits kan goed helpen om een onderwerp te bevriezen, zelfs bij lange sluitertijden! Zo had de bovenstaande kolibrie met vleugels en al haarscherp gefotografeerd kunnen worden door gebruik te maken van een zeer korte flits, zelfs bij een nóg langere sluitertijd!

5. Hoge ISO

Met de ISO waarde regel je de lichtgevoeligheid van de beeldsensor van de camera. De ISO is 1 van de 3 elementen in de belichtingsdriehoek (samen met sluitertijd en diafragma). Samen bepalen zij de uiteindelijke belichting van een foto.

Wanneer gebruik je de ISO nou eigenlijk?

Het verhogen van de ISO kan goed van pas komen wanneer de sluitertijd te lang is. Een hogere ISO maakt de sensor gevoeliger voor licht, waardoor een foto lichter wordt. Je kunt dit weer compenseren door een snellere sluitertijd kiezen, wat de kans op bewegingsonscherpte kleiner maakt.

Een nadeel van het verhogen van de ISO-waarde is dat de kwaliteit zal afnemen bij iedere verhoging. Dit heeft ook invloed op de scherpte in een foto, voornamelijk in de donkere delen. Gebruik de ISO daarom alleen wanneer dat nodig is!

Blijf wel bewust van de voordelen van een hogere ISO!

Schrik niet teveel van dit nadeel en blijf vooral bewust van het voordeel van het verhogen van de ISO waarde. Tegenwoordig kun je met de meeste camera’s prima fotograferen met een ISO van 800 t/m 3200, zeker wanneer je fotografeert in een lichte omgeving. Daarnaast kun je in de nabewerking wonderen verrichten door op de juiste manier gebruik te maken van ruisreductie en verscherpen.

Vergeet niet dat een foto gemaakt met een hogere ISO waarde altijd scherper is (en dus beter), dan een onscherpe foto door bewegingsonscherpte!

Samenvatting

Ik hoop dat deze eerste 5 oorzaken van onscherpe foto’s jou kunnen helpen in de praktijk. Heb je nog vragen, opmerkingen, suggesties, of verbeteringen, dan zie ik je reactie graag tegemoet!

Heb je alles onder de knie? Lees dan snel verder voor de volgende 5 oorzaken van onscherpe foto’s!

Share This

Share this on Facebook

Share this post with your friends!